Stel je voor dat een deur langzaam zijn scharnierolie verliest. Eerst kraakt hij een beetje, daarna beweegt hij moeizamer en uiteindelijk doet elke beweging pijn. Iets vergelijkbaars gebeurt in een gewricht bij artrose.
Artrose is een aandoening waarbij het kraakbeen de gladde, veerkrachtige laag die de uiteinden van je botten beschermt geleidelijk dunner en brozer wordt. De gewrichtsoppervlakken bewegen niet langer soepel over elkaar, wat leidt tot pijn, stijfheid en soms zwelling.
Artrose is geen simpele "ouderdomskwaal": het is een biologisch proces dat het hele gewricht betreft, inclusief het bot, de gewrichtsbekleding en het gewrichtsvocht.
Een gezond gewricht bevat synovia: een heldere, stroperige vloeistof die fungeert als smeermiddel én schokdemper. De sleutelspeler daarin is hyaluronzuur (HA) : een molecule die van nature in je lichaam voorkomt en het gewrichtsvocht zijn unieke, visco-elastische eigenschappen geeft.
Bij artrose raakt dit systeem op twee manieren verstoord:
Kraakbeenschade lokt ontstekingscellen en -stoffen uit, die de afbraak van hyaluronzuur verder versnellen. Een vicieuze cirkel van pijn, zwelling en verdere beschadiging.
Normaal gesproken heeft hyaluronzuur een hoog molecuulgewicht, waardoor het vocht dik, taai en elastisch is. Bij artrose verliest het die eigenschappen: het gewrichtsvocht wordt dunner, smeert minder goed en kan schokken minder goed opvangen.
Hyaluronzuur geeft gewrichtsvocht zijn dikke, elastische structuur. Bij artrose wordt het afgebroken tot kleinere fragmenten: het vocht wordt dunner, smeert minder goed en kan schokken minder goed opvangen. Vergelijk het met olie die waterig wordt.
Bij artrose hopen ontstekingscellen en -stoffen zich op in het gewricht. Dit creëert een omgeving waarin afbraak de overhand heeft op herstel: ontsteking versnelt de afbraak van kraakbeen, kraakbeenschade veroorzaakt nieuwe ontsteking, en hyaluronzuur wordt verder afgebroken. Pijn, zwelling en stijfheid nemen toe , en de cirkel is rond.